SHOJIN RYORI

shojin ryori

SHOJIN RYORI is de benaming voor de Japanse kloosterkeuken. Letterlijk vertaalt betekent het “Met toewijding koken” Met toewijding koken betekent maaltijden bereiden voor spirituele ontwikkeling. De boeddhistische kloosterkeuken is al meer dan 2000 jaar oud en de basis hiervoor ligt in de boeddhistische voorschriften. Een daarvan is: “Wie de (boeddhistische) weg volgt zal zich niet verliezen in alcohol of drugs, nog anderen daar toe aanzetten.
Alle wat je tot je neemt heeft invloed op je bewustzijn. Van suiker krijg je kortstondig energie, gevolgd door vermoeidheid; van alcohol raak je beneveld, brand je op en uitdroging is het gevolg. Alle uiachtigen, knoflook, sjalot, ui, prei, enzovoorts, prikkelen de zintuigen en zijn niet bevorderlijk voor een helder bewustzijn en tegenwoordigheid van geest.
Iets wat tegenwoordig behoorlijk populair is, is mindfulness. Helderheid van geest is een van de voorwaarden om tot inzicht te komen. De Japanse kloosterkeuken is dan ook niet strikt vegetarisch. Een misverstand is dat de boeddhistische keuken vegetarisch zou zijn om het leed tot een minimum te beperken. Hij is eerder bedoeld om tot inzicht te komen wat leed is.
Verschillende keren per dag word in Japanse kloosters de boddhishatva-gelofte gereciteerd. Die begint met: Ik beloof alle levende wezens te redden, hoe oneindig veel het er ook zijn.
Deze zin is een raadsel op zich, zijn planten geen levende organismen? Mag je geen koe slachten maar wel een aardappel villen en in kokend water gooien?
De zenkeuken is bedoeld als hulpmiddel om tot inzicht te komen. Wie ben ik, wat is de wereld buiten mij, wat is boeddhanatuur, enz.
Volgens de boddhisatva-gelofte is er geen bevrijding mogelijk zolang er nog één wezen in het universum lijdt.
Vanuit deze gedachte is een keuken ontstaan waar alleen ingrediënten worden gebruikt die het bewustzijn zo min mogelijk belasten. Als vanzelf vloeit hier ook een milieubewustzijn voort. Je spuugt niet in de bron van waaruit je drinkt (uitspraak Mathilde Willink). Leren koken behoort tot de monnikstraining in Japan. Het eerst halfjaar luidt een novice de bonsho (de grote tempelbel)
Hij moet als eerste opstaan om om 04:00 uur de bel te luiden en gaat als laatste naar bed nadat hij om 21:00 uur als afsluiting van de dag de bel luidt. Daarna krijgt de novice  de verantwoordelijkheid over de keuken onder supervisie van de tenzo ( de hoofdkok).
Helaas is die traditie onder invloed van westerlingen in de Japanse kloosters aan het verdwijnen. Gerechten gemaakt met umeboshi of umezuke (Ingelegde pruimen) en thee gemaakt van het vocht van deze pruimen worden in kloosters nog maar met mondjesmaat gebruikt. Maar ze zijn onontbeerlijk voor de afbraak van melkzuur dat zich door het zitten in meditatie in je benen ophoopt. Maar de Japanse boeddhisten zijn hier ook schuldig aan. Omdat er ook westerlingen in de kloosters ingetreden waren, doneerden zij brood, kaas, pindakaas en andere westerse producten aan de tempel voor de westerlingen.
 In een goede kloosterkeuken vind je sojaproducten, miso, shoju, tofu. Verschillende soorten zeewier, witte en bruine rijst, shiitakes, noedels zoals, soba, udon en ramen en takuan (ingelegde rettich).  Maar het belangrijkste ingrediënt is “doshin”, gedrevenheid, de weg van het hart.
Dat de kloosterkeuken gezond is staat als een paal boven water. In de zestiger jaren van de vorige eeuw heeft een japanner (meneer Kushi) een gezonde keuken ontwikkelt die wij als “De macrobiotiek” kennen. Maar waar in de kloosters de nadruk op helderheid van geest ligt, verlegde hij het naar gezondheid en liet bewustwording buiten beschouwing.

 

Digiprove sealAuteursrechtelijk beschermd door Digiprove © 2018
Please follow and like us:

424total visits,10visits today