home / Naslagwerken / Woordenlijst
Woordenlijst
A
ABO
Zen training waarbij de student geslagen wordt met de Kyusaku. Dit moet niet gezien worden als straf maar als hulp om door een blokkade heen te breken.
AJARI
Oudere monnik met leerlingen.
AMACHA
Zoete thee van rijst die op de geboortedag (Hannamatsuri 8 april) van Boeddha gedronken wordt.
ANANDA
Een van Boeddha's voornaamste volgelingen.
ANGO
Klooster trainingsperiode letterlijk 'blijvende vrede'. Deze trainingsperiode van 90 dagen gaat terug tot de zomer trainingsperiode die Boeddha hield in de regentijd. In Japan zijn er twee van zulke trainingen per jaar, één in de voorzomer, en een in de herfst.
ANJA
Jongere monnik de persoonlijke assistent van de leraar.
AVALOKITESVARA
zie Kannon Sama.
B
BANGAKU
Zij die op oudere leeftijd met Zazentraining beginnen.
BANKA
Tempeldienst ’s avonds.
BANSAN
Avond dharma-bijeenkomst van de gemeenschap in de Hondo.
BENDO
Met zijn gehele hart verbonden zijn met het pad. Dit is gebruikt in de titel van het boek de 'Bendoho' het tweede essay in Eihei Shingi en ook in Dogens boek 'Bendowa'.
BENDOHO
Dharmamodel voor het zich verbinden of praktizeren van het pad.
BODAI
Japans voor Bodhi wat licht betekent (Licht van verlichting, Satori).
BODHIDHARMA
De eerste Chinese Zen patriarch, die als de grondlegger van Zen wordt gezien.
BODHISATTVA (Jap. Bosatsu)
Een verlicht wezen dat zich in dienst stelt van alle levende wezens, en het reeds verdiende nirvana pas betreed nadat elk wezen gered is.
BOEDDHA (Jap. Butsu)
Hoogste waarheid of absolute geest.
BOEDDHA-NATUUR (Jap. Bussho)
Grondslag van alles.
BOMPU-ZEN
Mediteren voor louter zelfbeoogde doelen.
BON
O’bon feest waarbij de overledenen ceremonieel thuis worden uitgenodigd.
BOSATSU
Bodhisattva (Verlicht wezen).
BUKKOKU-JI
Boeddha land tempel. Het klooster waar Harada Tangen Roshi abt is.
BUTSUBANKI
Rijst offerschaaltje.
BUTSUDAN
Boeddha-altaar.
BUTSUDO
Het pad wat tot het Boeddhaschap leidt.
C
CH'AN
Chinese vertaling voor het Sanskriet woord 'Dyana' wat meditatie betekent.
CHISHIKI
Spirituele vriend of gids.
CHOKA
Tempeldienst ’s morgens.
CHOKI-GASSHO
Recht op zitten op de knieën.
CHOSAN
Ochtend meditatie.
D
DAIDOSHI
De veerman die mensen overzet over de zee van leven en dood (Boddhisatva).
DAIOSHO
Grote priester. Eretitel voor overleden meesters.
DANSEI TAN
Zitplaats voor leken-heren.
DARUMA
Bodhidharma, de patriarch die het Boeddhisme van India naar China bracht en als grondlegger van het Zenboeddhisme gezien wordt.
DEBA BOCHO
Vismes
DENSHO
Bel in de Zendo en de tempel.
DHARMA
De Boeddhistische leer.
DIAMANTSUTRA
Gedeelte van de Prajna-Paramita-sutra (Hart sutra).
DOAN
Het hulpje van de Ino.
DOGEN
Zenmeester die leefde van 1200 tot 1253. Hij was de stichter van de Soto-Zen.
DO-IN
Gymnastiekoefeningen (onderdeel van Shiatsu).
DOKUSAN
Alleen; afzonderlijke gang naar het hogere. Prive onderhoud met de Zenmeester.
F
FUGIN
Sutra recitatie.
FUJI TAN
Zitplaats voor leken-dames.
FUKAN ZAZENGI
“De Weg van Zazen Aan Iedereen Aanbevolen”. Het eerste schrijven van Dôgen Zenji, vlak nadat hij uit China was teruggekeerd in Japan. De eerste versie is uit 1227.
FUSE
Het geven van een donatie aan een tempel, van uit de wetenschap dat dit het alle wezens ten goede komt.
FUTON
Matras
G
GAITAN
Bank in de hal voor de Zendo.
GASSHO
Staande of zittende buiging met de handen tegen elkaar: _||_
GI
Kort kimono jasje (meestal wit).
GODO
Hoofd van de Zendo.
GONGYO
Het onderhouden van de voorschriften (Sutra chanting voor het altaar).
GOTAI-TOCHI: of SANRAI
Volledige buiging.
GYODO
Lopend sutra reciteren.
H
HAKAMA
Traditionele Japanse broekrok.
HANDAIKAN
De monnik die het eten opdient.
HANKAFUZA
Halve lotus houding.
HAORI
Halflang kimono jasje.
HARA
Het lichamelijke en geestelijke middelpunt van het lichaam ongeveer 2 tot 5 cm.onder de navel (Japans Tanden).
HINODE
De kloosterbevolking wekken met een handbel.
HOKKAI JOIN
Dyana mudra, houding van de handen tijdens meditatie.
HONDO
Tempel (hon= bron, do=hal)
HOSHIN-JI
Klooster van het opwekken van de Bodhi-geest. Het klooster waar Daiun Sogaku Daiosho 40 jaar abt was.
HOTEI
Chinese Zenmeester uit de 9e eeuw (Dikke geluks-Boeddha).
HYOSHIGI
Kleppers.
I
ICHI TANTE
Eén ademhaling.
ICHI KEME
Met je gehele inzet.
INKIN
Bel op stokje.
INO
Voorzanger.
INRYO
De kamer van de leraar.
J
JIKIDO
Degene die de tijd in de Zendo in de gaten houdt (ook Kyusaku).
JIKIJITSU
De monnik die tijdens de sesshin de Zendo onder z’n toezicht heeft.
JISHA
Assistent van de leraar.
JIZO BOSATZU
Bodhisattva van welwillendheid. Hij wordt gezien als wachter van de ziel.
JOEN
De balk (rand) die naar het midden van de Zendo gericht is van het zitplatform.
JOJU FUGIN
Sutra reciteren in de keuken, kantoor, en kerkhof (alleen monniken).
JUKAI
Het ontvangen van de Boeddhistische voorschriften/leringen.
JUKATA
Onder-kimono.
K
KAICHIN
Bedtijd.
KAIHAN
De tijdsaanduiding op de Han.(drie x per dag).
KALPA
Boeddhistische tijdsaanduiding, 1 Kalpa bestaat uit: 1 X in de 1000 jaar komt een winterkoninkje zijn snavel slijpen aan de top van de Mount Everest. Als Mount Everest afgesleten is, is er 1 kalpa voorbij. Er is sprake van Miljarden Kalpa’s.
KANNON SAMA
Personificatie van mededogen (Avalokitesvara Skr.).
KASSHIKI ANJA
Degene die de voedseloffers op de schrijn zet.
KEKKAFUZA
Lotushouding.
KENSHO
De gewaarwording van je werkelijke natuur.
KESA
De formele omslagdoek van het monniksgewaad.
KINHIN of KYOGYO
Loopmeditatie.
KIKAN
Lezing na een theeceremonie.
KIKU
Regels voor de dagelijkse tempel routine.
KO
Wierook.
KOAN
Zen training d.mv. vraagstelling.
KONSHO
Het luiden van de tempelbel (4 x daags).
KORO
Wierookvat.
KOROMO
Monnikspij.
KUDOKU-SHU
Iemand die een offerande doet aan de Sambo ( Boeddha Dharma Sangha).
KU?N
Keuken.
KYO
zie sutra.
KYOSAKU
Lange platte stok waarmee op de schouder geslagen wordt tijdens intensieve training.
M
MAKAHANNYA SHINGYO
De Hart sutra.
MAKYO
Waanvoorstellingen die tijdens meditatie optreden.
MANJI
Swastika. Het Boeddhistisch Swastika draait met de klok mee. Concept voor de projecties die je geest je voorspiegelt. Betekenis in de volksmond geluksteken.
MINO
Jaarlijkse bedeltocht.
MIROKU
De Maitreya Boeddha.. De Boeddha v/h westen heeft de handen in de Dyana mudra (Meditatie houding = de Boeddha van meditatie) Zijn rijdier is een pauw, het Boeddhabeeld wat op het altaar in Suiren-Ji staat is Miroku.
MONDO
Dharma-debat waarbij men elkaar test op werkelijk inzicht.
MONJU
Personificatie van wijsheid (Manjusri Skr) het beeld op het altaar in de Zendo.
MONJUDAN
Altaar voor Manjusri.
MU
Niet zijnde niet hebbende.
MUDRA
Specifieke houding van de handen (vooral tijdens meditatie).
MUMONKAN
Een boek met koans, geschreven door de Chinese Zenmeester Mumon Eikai.
N
NAKIRI BOCHO
Groenten mes.
NIRVANA
Letterlijk uitdoving het uiteindelijke resultaat van verlichting.
NITEN SOJI
De dagelijkse schoonmaaktijd in het klooster.
O
OBAKU SHU
Een van de drie Zenscholen in Japan.
ORYOKI
Etens-ceremonie.
OSHO
Japanse Zenpriester.
R
RAKUSU
Het formele voorschoot van een gewijde leken broeder of zuster.
RIN'I MONJIN
Buiging voor je Zafu.
RINZAI SHU
Een van de 5 Chinese Zenscholen.
ROHATSU
Intensieve sesshin van 1 t/m 8 december.
ROSHI
Oude leraar. Eretitel die studenten aan hun leraar geven.
RYOBAN
Rij (lijn) opstelling in de tempel voor de tempeldienst.
S
SAMA
Heer.
SAMBO
De drie schatten, Boeddha, Dharma en Sangha. De drie basis elementen v/h Boeddhisme.
SAMU
Werk/ werkperiode.
SANGHA
Boeddhistische gemeenschap.
SANPAI
Drie volledige buigingen.
SAREI
Ceremonieel thee drinken.
SASHIMI BOCHO
Fileermes.
SATORI
Gewaarwording van verlichting (de verwezenlijking van Boeddhaschap).
SEISA
Zitten op de knieën.
SESSHIN
Intensive Zentraining van enkele dagen tot enkele weken.
SHASHU
Handen over de borst gevouwen, rechts over links.
SHIGUSEIGANMON
Sutra van de boddhisatva gelofte.
SHIKANTAZA
Themaloze meditatie, stille belichting.
SHIKARYO
Kamer van de hoofdmonnik.
SHOBOGENZO
'Schat van kennis van de werkelijke wet' Een boek met verslagen en gesprekken van Dogen.
SHOJI
Een oudere monnik die op een vast gestelde tijd aangesproken kan worden voor dringende zaken.
SHOTEN
Hulpje van de kok.
SHUNYATA
Letterlijk 'leegte' dit drukt de essentie van je werkelijke natuur uit.
SHU
1 meditatie periode bestaande uit 40 minuten Zazen, 5 minuten Kinhin en 15 minuten pauze.
SHUYA
Brandwacht.
SHUSHO
Hoofdmonnik in opleiding (onderdeel van de monnikstraining).
SO
Boeddhistische monnik of priester.
SOTO SHU
De naam is ontleent aan Sokei de plek waar Huineng (Eno) trainde en Ryokai de plaats waar Tozan, de grondlegger van de Chinese Soto-Zen zijn leerredes hield.
SOZAREI
Theeceremonie in de Hondo, met aansluitend een lezing (Kikan).
SUIREN-JI
Waterlelie tempel.
SURIBASHI
Japanse vijzel.
SUSOKAKAN
Zen training waarbij men de ademhaling telt.
SUTRA
Westerse benaming voor Boeddhistische tekst/gezang (Japans O'kyo).
T
TAIZA-MONJIN
Buiging voor de Sangha.
TAKKESAGE
Sutra van de Keisa (omslagdoek).
TAKUHATSU
Bedeltocht.
TAN
Lange houten banken bekleed met tatami (rieten matten) die in de meditatie-hal als zitplaats dienen.
TANDEN
zie Hara.
TANGA-RYO
Logeerkamer.
TANTO
De assistent van de Godo.
TATHAGATA
Een van de tien termen waarmee Boeddha zichzelf aanduidde.
TEISHO
Leerrede.
TENZO
De kok.
TERRA
Boeddhistische tempel meestal uitgesproken als, O'Terrra.
TOJU
Degene die voor de kaarsen, en verder alles wat brand zorgt (brandwacht).
TOKUDO
Letterlijk Oversteek. Intrede tot het priesterschap (aanvang monnikstraining).
TOYA
Midwinterfeest.
U
UNSUI
Letterlijk 'wolk-water') de benaming voor Zenstudenten die van klooster naar klooster trekken.
V
VERLICHTING
zie Satori, Kensho.
Y
YAKUSEKI
Letterlijk Medicijnsteen. Omdat Boeddhisten maar 2 x daags mogen eten word de avondmaaltijd gezien als medicijn.
Z
ZABUTAN
Of Zagu. Vierkant meditatie-kussen. Daarop ligt het ronde meditatie-kussen.
ZAFU
Rond meditatie-kussen.
ZAGU
Kleedje om buigingen op te doen en te zitten tijdens ceremonies.
ZAHAI
Naamplaat boven de zitplaats in de Zendo van elke monnik (ook in opleiding).
ZAZEN
Meditatie in zithouding; Zenmeditatie.
ZAZENKAI
1-daagse meditatie training.
ZEN
Dyana- (Skr) Ch'an (Chinees) Meditatie.
ZENDO
Meditatiehal.
ZENSO
Een niet Japanse Zenmonnik.
ZENSU
Zenstudent (leek).




