home / Publicaties / Harada Tangen Roshi / 1991 / Teisho Mei 2 (pagina 1 van 4)
Teisho Mei 2 (1991)
door Harada Tangen Roshi, Bukkoku-Ji
Als je van start gaat met het doel het te volbrengen, dan volbreng je het.
Als je van start gaat zonder het doel het te volbrengen, dan zal je het niet volbrengen.
Als je van start gaat zonder jezelf een doel te stellen, dan komt dit voort uit gebrek aan motivatie om dit te doen.
Niet kunnen kan niet.
De eenheid, de realiteit is lijnrecht vooruit.
De perfecte eerlijke waarheid? Niet kunnen kan niet. Ik doe dit, ik ga dat doen. Je blijft met je “IK” rond sjouwen, je bent er zo aan gehecht. Je verondersteld dat dit “IK” er is, maar het lijkt er alleen maar te zijn. Vanaf het allereerste begin is er geen bestaansruimte voor dit “IK”.
Als “IK”..., als er een besef van dit “IK”, gehecht is aan dat wat je nu hoort (leest) dan hoor je niet wat er werkelijk gezegd wordt (en lees je niet wat er staat).
Van het begin af aan “Leegheid”. Dit is niet vast te houden. Dat wat je als leegheid kent is vol, vol van mogelijkheden, een compleet potentieel. Leeg. Niets met je mee brengend. Grote leegheid is voldoende. Wat je doet is..., je werkt vanuit een verkeerd inzicht. Je werkt constant vanuit de verkeerde impressies. Je werkt vanuit de gedachte dat dit of dat van “IK, MIJ of MIJN” zou zijn. En omdat je dit nu hoort of leest zal je een besluit moeten nemen, een onherroepelijke, voor eens en altijd beslissing. Omwille van iedereen en omwille van degene die denkt: “IK BEN”.
Als we de werkelijke Dharma ontmoeten, verlaten we onze wereldlijke gewoonten en ontvangen en accepteren de werkelijke Dharma. De werkelijke Dharma is dat wat Sakjamuni ons helder voor ogen houdt:
“ALLE WEZENS ZIJN BOEDDHA, MET BOEDDHAWIJSHEID EN BOEDDHA-DEUGD”.
Hij garandeerde dit ons en liet het zien door zijn directe ervaring. De leraren die zijn leer volgen, ervaren dit eveneens. Zij ervaren direct dezelfde waarheid, zoals water van het ene in het andere kopje overgegoten wordt. Maar als je dit overdenkt en erover gaat filosoferen, dan zit je er te allen tijde naast, dan kijk je er overheen. DIT, daar kijk je dan overheen. Je kijkt de verkeerde kant op. We doen in de sutra’s de gelofte dat wanneer we de werkelijke Dharma horen er geen twijfel meer mogelijk is. Ik twijfel niet, er is geen twijfel. Maar iedereen heeft momenten waarop je denkt: “Ik twijfel niet aan wat je zegt, maar iemand zoals ik, ik bedoel dat kan ik niet geloven dat ook ik verlichting zou kunnen bereiken, dat iets ook voor mij geldt”. Ik kan niet geloven dat ik zoals ik hier zit, zoals ik nu ben, dat dit Boeddha is. Iedereen gebruikt soms dit excuus voor zichzelf.
Dit gedrag komt voort uit een soort intelligente vraagstelling. Maar intelligent vanuit een bekrompen invalshoek, intelligent op een manier van vertrouwen in je eigen onfeilbaar oordeel vermogen. Een oordeel vanuit je eigen kleine ervaringen. In dit leven haal ik het niet. Klinkt dit bekent in je oren? Zie je jezelf deze uitvluchten maken? Met dit excuus houd je dingen achter. Je tracht iets te beschermen. Vraag je zelf eens af: “houd ik iets achter?” Niet wetend wat je werkelijk aan het doen bent tracht, je van deze dreiging weg te komen.
Misschien geloof je niet werkelijk dat er nog iets anders is. Maar...waar ben je dan nu mee bezig? “Je kunt je niet permitteren om te twijfelen”. Houd niets achter als je hiermee bezig bent. Dit ene totaal doen, dit alleen, dit ene doen. Alles wordt helder verklaard in de “Hotsu gan mon sutra”, die we voor de teisho reciteren.
volgende pagina




