haradatangen

Vreedzaam ...

Boeddhisme staat voor geweldloosheid en een vreedzame samenleving.

home / Publicaties / Harada Tangen Roshi / 1992 / Teisho December 3 (pagina 1 van 6)

Teisho December 3 (1992)

door Harada Tangen Roshi, Bukkoku-Ji

Er wordt gezegd, alleen wanneer je het vlees uit de schelp gestoken hebt, is de schelp als schaal te gebruiken. Gooi je ballast overboord, alleen dan kun je een voertuig van verlossing zijn. De moedigen onder jullie zullen verlichting vinden 'in één man (vrouw)', 'in één doen'.

Gedurende deze Rohatsu sesshin heb ik tijdens de teis­ho's de dagen niet aangekondigd met: Dit is de eerste dag, dit is de tweede dag, enzovoort. Rohatsu is gewoon één dag.
Als je werkelijk vastbesloten bent, dan is de Rohatssu niet meer dan één meditatie periode. Deze ene ademhaling. De in­spanning die je je getroost, behoort moedig en vast besloten te zijn.
En als je oefening moedig en vastbesloten is, is een ont­moe­ting met sterfelijkheid niet iets om bang voor te zijn.
Hier leer je het sterven meester worden.
De onverschrokkenen zullen verlichting vinden in hun handeling van het moment.


EEN NIET-BOEDDHIST ONDERVRAAGT BOEDDHA

Een niet-Boeddhist vroeg
aan Boeddha:

"IK VRAAG NIET OM WOORDEN, NOCH VRAAG
IK OM GEEN WOOR­DEN".

Boeddha bleef zitten, zei niets en verroerde geen vin.
De niet-Boeddhist begon Boeddha te prijzen, hij zei:

"Het grote mededogen van de alom geëerde hebben de wolken van mijn onwetendheid weggeblazen, waardoor de mogelijkheid tot verlich­ting zich aan mij heeft geopenbaard".

En na een buiging als dankbetuiging vertrok hij.
Ananda vroeg daarop aan Boeddha:

"Wat realiseerde deze niet Boeddhist dat hij u op deze wijze prees?"

Boeddha antwoordde: "Hij is een renpaard dat bij de schaduw van de zweep al begint te lopen".


HET COMMENTAAR VAN MUMON

Ananda is Boeddha's leerling, en toch is zijn begrip stukken minder dan dat van de niet-Boeddhist.
Vertel me, hoe verschillend zijn ze, Ananda en de niet-Boeddh­ist?


MUMON's GEDICHT

Zijn pad is scherp van de snede, hij rent over de scherpe kanten van een ijsschots.
Het is niet nodig stappen te ondernemen, laat je zekerheden los.

Jullie zijn hier bezig je met hart en ziel op de ene adem­haling van dit moment te werpen. Als je als oefening het tellen van je ademhaling hebt, wees dan die ene ademhaling. Als oefening het volgen van je ademhaling, Shikan­taza, Mu-Ji. Als je als oefening Mu-ji hebt, stel dan al je vertrou­wen in "Mu" geef alles over aan `Mu` alstu­blieft geef alles, er is geen tijd voor onzin.
Nu is het de tijd om deze stap te nemen.

 

Gedurende de Rohatsu reciteren we de KAI KYO GE sutra.
Voor de Teisho tijdens de gewone sesshins reciteren we Dogens HOTSUGAN MON sutra. (Dogens verlangen naar verlich­ting). Tijdens de Rohatsu proberen we op elke manier die maar mogelijk is voorwaarden te scheppen die het mogelijk maken om je met hart en ziel in het 'ene doen' te storten. En om het gemakke­lijker te maken, om er bij te kunnen blijven, probe­ren we alles uit te bannen wat eventuele afleiding zou kunnen veroor­zaken.
We korten de sutra's in en reciteren alleen de KAIKYOGE sutra voor de teisho. Maar ondanks dat het een korte sutra is, bevat het toch alle vierentachtig duizend Dharma-poorten.

 

MU JO JIN JIN MI MYO HO WA

De Dharma, onpeilbaar als het uni­versum
en subtiel als een dauw­druppel.

Alle wezens zijn Boeddha, alle wezens zijn perfecte harmonie, alle wezens, niemand buitengesloten. En de mogelijkheid te ontwa­ken tot 'al deze wezens' is levensgroot aanwezig. Om dit 'alle wezens' te reali­seren, is grote inspanning nodig. En het is alleen als menselijk wezen mogelijk om zo een inspan­ning aan de dag te leggen.

Daarom zou je alle wezens als mens kunnen zien als je dat zou willen, alle wezens zijn Boeddha met Boeddha-eigenschappen en Boeddha-wijsheid.
Dankzij je inspanning zal de onmetelijk diepe Dharma zich voor je ontvouwen en helder worden. Oefening is nodig, Boeddha-natuur is van origine 'oefening', Boeddha-natuur is adem.

Boeddha-natuur is altijd hier nu
dit moment.
Alle wezens zijn precies hier, in mijn buik (hara), alle wezens zijn mijn dierbare kinderen. Sakjamuni zei dit omdat het precies zo is. Hij was een man van groot en oneindig mededogen, en uit mededogen heeft hij ons de weg van beoefe­ning gewezen.
En deze weg is precies hier onder je voeten, neem elke stap bewust. Hij zag onze neigingen, jouw stemming; kijk er eens naar en je zegt; "Ja ik geloof het wel, maar ik ben er niet zeker van dat ik het ook kan". Het lijkt zo ver van mij ver­wijderd. Zo ver als een ster in het melkwegstelsel. Boeddha zei twijfel niet, het is mogelijk, te zijn die je werke­lijk bent. Van het begin af aan is je pad helder en duidelijk. De stap die je er voor nemen moet, is deze stap. Buiten deze ene stap is er niets te vinden.

 

MU JO JIN JIN MI MYO NO HO WA
HYAKU SEN MAN GO NI MO AIOU KOTO KATASHI

De dharma, onpeilbaar als het universum, en zo subtiel als een dauwdruppel, is nauwelijks te doorgronden, zelfs al zou je miljoenen eeuwen de tijd hebben.

Het is tijdloze tijd, eeuwige tijd, eeuwigheid.

Je beziet het van uit een positie van eindige tijd. Daarom is de Dharma nauwelijks te bevatten zelfs niet in miljoenen eeu­wen.

volgende pagina