home / Publicaties / Harada Tangen Roshi / 1992 / Kannon Sama Juli 18
Kannon Sama Juli 18 (1992)
door Harada Tangen Roshi, Bukkoku-Ji
18 juli 1992, deze dag is nu aan de gang, en van deze dag is er maar één. Vandaag is een te gekke dag, laten we het morgen weer doen.
Misschien wil je dat, deze dag weer over doen maar dat is onmogelijk.
Daarom zeggen we "Alles gebeurt slechts één keer". Als je dit serieus neemt en er naar leeft dan wordt deze dag, (nu dus) sprankelend voor je. Je leeft deze dag volledig. Wat jammer en een verspilling, als je je laat afleiden en met rimpels in je voorhoofd met je gedachten bij morgen of gisteren zit. Het is toch zonde om dit moment door wolken van gedachten te overschaduwen.
Ik neem nu even de vrijheid om wat over mijzelf en mijn familie te vertellen. Ik ga zelden naar huis. Ik laat hooguit één keer per jaar mijn gezicht daar zien. Toen ik een keer in de lente thuis was voor de trouwdag van een nicht van mij, was mijn oudste zus er ook, die op dat moment niets van haar problemen liet blijken. Het leek er op dat ze mij niet met haar problemen wilde lastig vallen. En het was dan ook pas een poos later dat ik een brief van haar kreeg waarin ze uit legde dat ze de laatste tijd moeite met haar ademhaling had doordat haar neusholte verstopt zat. Ze was naar de dokter geweest die haar vertelde dat ze een ongenode gast in haar neus op visite had. De dokter zei dat hij haar verder onderzoek moest plegen om uit te vinden of het een acceptabele of onacceptabele gast was. Er zijn gasten en gasten, en deze gast... het was een kwaadaardig gezwel dat operatief verwijderd moest worden. Misschien heb je de gewoonte om een ongenode gast met de bezem het huis uit te jagen, en hier in de tempel hebben we zelfs drastischer methoden.
Vegen, vegen, vegen. Het vegen gaat door zelfs als de gast gezien wordt. Het is voor de veger niet toegestaan zijn werk, zijn concentratie op het vegen te verslappen. De 'zen-beoefenaar' streeft het hoogste na en daarom stop je niet met vegen als de gast arriveert. Waarom?
IK BELOOF ANDEREN EERST DE RIVIER TE LATEN OVERSTEKEN,
EN ZELF PAS OVER TE STEKEN ALS ALLE LEVENDE WEZENS AAN DE OVERZIJDE ZIJN.
We moeten hen die hier komen praktiseren een schone plek geven, een plek die goed voelt om te mediteren. Dat betekent niet dat je gasten als vuil de deur uit moet vegen.
Vegen... ik beloof anderen eerst de rivier te laten oversteken.
Terug naar mijn zus, ze is geopereerd en er zijn drie gezwellen zo groot als duimnagels gevonden en uit haar neus gehaald. Als ze niet verwijderd waren, zou de kanker zich uitgezaaid hebben. Zij vertelde mij dit pas toen zij al halverwege de chemokuur was. Ik heb haar toen de 10 coupletten van de sutra voor het verlengen van leven uitgelegd: 'De onvoorstelbare Kannon gyo'.
Ik vertelde haar dat ze niet moest proberen om de woorden van deze sutra te onderzoeken of met het intellect proberen te begrijpen. Maar om simpelweg beschermd te zijn, door het mededogen van Kannon Sama onbevooroordeeld te ontvangen en dat er geen reden is om zorgen te hebben. Het zal ongeveer drie maanden later geweest zijn dat ik een klasse reünie had in de buurt waar mijn zuster woont.
Deze keer zocht ik haar op en zonder familie en vrienden om ons heen konden we vrijer met elkaar spreken. Ze lag nog steeds in het ziekenhuis en ze zag er niet goed uit. Van de hele kuur van dertig bestalingen had ze net de laatste achter de rug. Ze maakte een grote indruk op mij toen ze zei dat gedurende dit hele proces het gevoel had alsof er een visgraat in haar keel stak die ze maar niet weg kon krijgen. Chemotherapie is geen pretje, vaak lijkt dit medicijn erger dan de kwaa, en sommige mensen stoppen er mee omdat ze de kracht niet meer hebben om het te verdragen.
Ik vind mijn zus erg moedig, ze vraagt om directe antwoorden en niet om er doekjes om te winden, ze zegt: 'pijn is pijn'.



