home / Publicaties / Harada Tangen Roshi / 1992 / Teisho Mei 6 (pagina 1 van 4)
Teisho Mei 6 (1992)
door Harada Tangen Roshi, Bukkoku-Ji
Jullie zitten hier in de tempel te wachten op de vertaling van de lezing, die nog niet tot werkzaam materiaal verwerkt is. De verwachting is dat de vertaalster zo komt, maar ze blijft maar weg, en de dingen gebeuren niet zoals je verwacht had.
De dingen die zouden moeten gebeuren, gebeuren niet. De dingen waar we zo zeker van waren, gebeurden niet zoals wij het verwachtten.
Ongeacht wat er gebeurt, of je het nu verwacht of niet, laat je er niet door uit het veld slaan. Laat je niet afleiden, maar blijf je op je oefening gericht, laat je er niet door ontmoedigen, het is goed zo. Als je besluit om je door niets of niemand op je pad te laten stoppen, is dat een belangrijke beslissing.
Als je je inlaat met uiterlijkheden, of condities die buiten jezelf lijken te zijn, dan zal je de rest van je leven van hoog naar laag geslingerd worden, beurtelings gelukkig en dan weer miserabel. Ha, gelukkig de zon schijnt. Wat! wolken? O nee. Een hagedis, nou erger kan niet. Maar wat er ook gebeurt, je werkelijke zelf blijft onaangetast. Des te meer een reden om tot dit ware zelf te ontwaken.
Als je aan ontspannen toe bent, ontspan dan, zodat je oren niet verstopt komen te zitten met je gedachten van "O mijn benen doen zo'n pijn, auwwww, wat doen mijn benen pijn". Je zit hier voorlopig een poosje zonder pauze, dus ontspan als je daar behoefte aan hebt.
Vergeet je benen, vergeet je lichaam, vergeet het zelf.
Er bestaat een realiteit, een staat van, niets dragen, niets vasthouden, niets vastpakken. Het ding wordt zichzelf, het zelf neemt als basis, zichzelf.
De lucht is helder en de zon verschijnt, regen valt en de aarde wordt nat. Zonder beperkingen wordt dit alles verklaard. De zon schijnt, de zon heeft geen besef van "ik ben aan het schijnen" is het niet? Hij schijnt alleen maar, hij schijnt voor ons.
Er is niet zoiets als een besef van "Ik". Iedereen schijnt. En wij hebben het voorrecht dit zelf te zien. En als onze ogen wijd geopend zijn, zien we dat deze plek het Lotusland is. En dit lichaam Boeddha.
Zie het, word wakker, doe je ogen open.
Alles is, en zal er altijd zijn, nu en altijd om je bij al je inspanningen te helpen en te ondersteunen, om dit lichaam te ondersteunen en je de moed tot ontwaken te geven. Er wordt gezegd dat het beter is een enkele persoon te redden, dan honderdduizend tempels bouwen.
Een Dojo (trainingsplaats) bouwen is een groot werk en vereist al de concentratie en krachtsinspanning die iemand in zich heeft, diep geconcentreerde inspanning. Bedenk dan maar eens wat het betekent om duizend Dojo's te bouwen. Maar volgens de sutra's is het belangrijker één persoon te helpen tot inzicht te komen, één persoon. Waarom? Omdat het oprijst vanuit het edele doel één persoon te redden, het verlangen naar verlichting voor het welzijn van de totale aarde. Het doel de totale mensheid te redden is een geweldig iets, wat waarschijnlijk niet verwezenlijkt kan worden, denk je. Maar je moet dat doel voor ogen houden. Dit is het enige werkelijke levensdoel, de enige manier om met de natuur in harmonie te zijn, de manier hoe het leven geleefd zou moeten worden. Bewust van dit werkelijke doel, de juiste levenswijze, als je je hier bewust van bent, kan je niet onverschillig zijn.




