home / Publicaties / Zeshin Zenso / 2010 / Compassie en mededogen
Compassie en mededogen
Samen met de notulen van een leden vergadering van de BUN ontving ik het “handvest voor compassie” van de Engelse schrijfster Karen Armstrong. Het betrof een bijlage van de werkgroep geëngageerde Boeddhisten. De tekst van dit handvest is onderaan dit schrijven opgenomen.
Compassie is verbonden aan emotie en is eerder synoniem voor medelijden dan mededogen. In het woord mededogen zit het woord ‘dogen’ wat verwant is aan dulden, toelaten. Mededogen is “Samen met alle levende wezens”. Het mag waar zijn dat alle spirituele tradities de woorden compassie en mededogen hanteren maar het op verschillende manieren interpreteren en het al dan niet verbinden aan emotie en sentimenten. Het handvest vermeldt als een uitgangspunt “alle anderen te behandelen zo als je zelf behandeld wil worden.”
Binnen het Zenboeddhisme wordt de kyusaku of keisaku gebruikt om mee te slaan. Er zijn in Japan meerdere kyusaku’s op mijn rug in tweeën geslagen en ik heb meerdere kyusakus op de ruggen van mijn leerlingen stuk geslagen. Als de Jikido patrouilleert kan je door te buigen vragen om geslagen te worden. Menigeen heeft hier een grote aversie tegen; mededogen is dat standpunt dulden, de diversiteit van alle levende wezens dulden. Mededogen is commentaar hebben op het handvest compassie. In het handvest staat verder: “Compassie is onze drijfveer om ons onvermoeibaar in te zetten voor het verzachten van het leed van onze medeschepselen.” Een mooi en nobel streven, maar zou ze onderschrijven dat de gehechtheid aan het leven de oorzaak van ons lijden is ? Ik zelf zou deze zin als volgt geschreven hebben: Compassie is mijn drijfveer, ik zal mij onvermoeibaar in zetten om het leed van alle schepselen te verzachten. Maar ik ben mij terdege bewust dat sinds Kaïn zijn broer dood sloeg er geen dag in de wereldgeschiedenis is geweest dat er niet ergens op deze wereld een oorlog woedde. Nog niemand is er in geslaagd om dit leed, dit ongeluk, uit de wereld te krijgen, alle wereldverbeteraars ten spijt. Er is maar één manier om de pijn te stoppen en dat is “Werkelijk een oplossing willen”.
In het radioprogramma De Middenweg gewijd aan Karen Armstrong en haar Handvest ging het over de ramp in Haïti. Mijn vraag is; waarom maakt iemand zich hier druk over. Je wordt misschien wel boos door deze vraag. Waarom word je boos? Omdat je bevooroordeeld bent en daardoor de vraag niet begrijpt. Deze vraag raakt de kern van de zaak. Waarom doen wij aan hulpverlening? Omdat je jezelf in de ander weerspiegeld ziet. Als je hulp verleent, wie help je dan als je jezelf in de ander herkent? Mijn leraar Tangen Roshi eindigde al zijn leerrede met “Samen met alle wezens in het universum verwerf je Boeddhaschap.” Hoe zou je vrede van geest kunnen hebben zolang er nog maar èèn wezen in het universum lijdt?
Er is maar één oplossing: vanuit honger naar een werkelijke oplossing ‘vleugels groeien’, een religieuze training volgen waardoor je vleugels krijgt en die vleugels worden ‘werkelijk inzicht en werkelijk mededogen’ genoemd. Ik verwijs het totale handvest naar “absurde compassie”. Het is een schoolvoorbeeld hoe vanuit sentiment eigen gedachtegoed aan derden wordt opgedrongen. Gehechtheid aan compassie is egoïsme. De voorwaarde voor licht is duisternis en alleen met vleugels van ‘werkelijk inzicht en werkelijk mededogen’ kun je hier bovenuit stijgen. Ik zou dit handvest willen vervangen door de vuurpreek van Sakyamuni Boeddha, maar wie ben ik.
De Vuurpreek
O monniken alle verschijningsvormen staan in brand. Het oog staat in brand door de verschijningsvormen die het ontvangt Het bewustzijn wat het oog veroorzaakt en de sensatie die het oog overbrengt, plezierig, onplezierig, welke indruk dan ook, de oorzaak hiervan is onze hartstocht voor het zien. (Kijken)
Wat is de bron van dit vuur? Het voedt zich met onze passie voor hartstocht. Hartstocht voor brandende haat en verdwazende genegenheid. Geboorte, ouderdom, dood, leed, geweeklaag, ellende, verdriet, en wanhoop zijn allemaal uitingen van het vuur wat via onze ogen binnen komt.
Op de zelfde manier staat ons oor in vuur en vlam door de passie voor geluid. De neus staat in vuur en vlam door de passie voor geur. De tong staat in brand door de passie voor smaak. Het hele lichaam brand van hartstocht. En erger de geest staat in vuur en vlam: door brandende ideeë¬n, vurig bewustzijn, verzengende indrukken en smeulen¬de sensaties. En nogmaals zeg ik je hartstocht voor, ge¬boorte, ouderdom, dood, leed, geweeklaag, ellende, verdriet, en wanhoop zijn er de oorzaak van dat je opbrand.
Wat er aan te doen is? O monnik als je wijs bent ontwikkel dan een weerzin voor het oog, zijn vormen, het bewustzijn wat het oog veroorzaakt, zijn indrukken en gewaarwordingen, ongeacht of ze plezierig, onplezierig of van wat voor aard dan ook zijn. Als je wijs bent ontwikkel dan een aversie voor het oor en zijn geluiden, de neus en zijn geuren, de tong en zijn smaken, het lichaam en zijn gevoelens, de geest en alles wat daarin voorbij trekt.
Als je zo’n weerzin ontwikkelt, dan bevrijd je jezelf van hartstocht. Bevrijd jezelf van hartstocht en je zal vrij worden. Als je vrij bent dan zie je wat je gevangen hield en word je gewaar dat al je wedergeboortes uitgeblust en opgebrand zijn.
Dit is het bewijs dat je een heilig leven geleefd hebt, je roeping hebt vervult, en niet meer aan deze wereld onderworpen bent.
Handvest voor Compassie
Het principe van compassie of mededogen ligt ten grondslag aan alle religieuze, ethische en spirituele tradities; steeds opnieuw wordt daarmee een beroep op ons gedaan alle anderen te behandelen zoals wij zélf behandeld willen worden. Compassie is onze drijfveer om ons onvermoeibaar in te zetten voor het verzachten van het leed van onze medeschepselen, om terug te treden uit het middelpunt van onze wereld en een ander voor het voetlicht te plaatsen, en om recht te doen aan de onschendbare heiligheid van ieder mens en een ieder, zonder enige uitzondering, te behandelen met volstrekte waardigheid, billijkheid en respect.
Daarbij hoort tevens de opdracht om er zowel in het openbare als in het privé-leven voor te waken geen enkele vorm van leed te veroorzaken. Door gewelddadig te handelen, door de kwaliteit van het leven van een ander te verslechteren, door de grondrechten van die ander te misbruiken of te ontkennen, en door haat te zaaien met laatdunkende uitingen over anderen - zelfs over onze vijanden - doen wij de menselijkheid die wij allen met elkaar delen geweld aan. Wij erkennen dat wij er niet in zijn geslaagd een leven te leiden vervult van compassie en dat sommigen uit naam van hun religieuze overtuiging het totale menselijke leed zelfs groter hebben gemaakt.
Daarom roepen wij iedere man en vrouw op om
~ compassie opnieuw te maken tot de kern van moreel handelen en van religie
~ terug te keren naar het oude principe dat iedere interpretatie van geschriften die aanzet tot geweld, haat of minachting geen enkele legitimiteit heeft
~ garant te staan voor de verstrekking van correcte en respectvolle informatie over andere tradities, godsdiensten en culturen aan jongeren
~ positieve waardering van culturele en religieuze verscheidenheid te stimuleren
~ bij te dragen aan medeleven, gebaseerd op kennis, voor het leed van alle mensen, ook van hen die wij als onze vijanden zien.
Het is van wezenlijk belang dat wij compassie in onze gepolariseerde wereld maken tot een duidelijke, lichtende en dynamische kracht. Indien compassie is geworteld in principiële vastbeslotenheid om uit te stijgen boven egoïsme, kan zij politieke, dogmatische en religieuze grenzen slechten. Als product van onze wezenlijke afhankelijkheid van elkaar, speelt compassie een fundamentele rol binnen menselijke relaties en bij een volwaardig mensdom. Compassie voert naar verlichting en is onmisbaar voor het realiseren van een eerlijke economie en een harmonieuze wereldgemeenschap die in vrede leeft met elkaar.




